Het recht van retentie is de bevoegdheid een verplichting tot afgifte op te schorten totdat de ander zijn verplichting is nagekomen; een garagebedrijf hoeft de gerepareerde auto pas af te geven na betaling van de reparatie. Dit recht is een bijzondere vorm van het opschortingsrecht.
Onlangs paste een vrachtwagenchauffeur het retentierecht toe om betaling van een behoorlijk hoge loonvordering af te dwingen. Hij weigerde de aan hem ter beschikking gestelde vrachtwagen terug te geven/brengen. De werkgever startte een kort geding. De kantonrechter oordeelde dat de vrachtwagenchauffeur het retentierecht kon inroepen:
– Er was een opeisbare loonvordering (er was dus sprake van achterstallig loon).
– Er was voldoende samenhang tussen het recht op loon en de afgifte van de vrachtwagen (beide zaken vloeien voort uit de arbeidsovereenkomst).
– Gezien de omvang van de opeisbare loonvordering was het inroepen van het retentierecht proportioneel. (In kort geding werd circa € 20.000 bruto aan achterstallig loon toegewezen).
Het retentierecht kan dus een prima middel zijn om betaling af te dwingen, maar is tegelijkertijd ook riskant. Indien niet aan de vereisten voldaan wordt (opeisbaarheid, samenhang en proportionaliteit) en dus onterecht een beroep op een retentierecht gedaan wordt, dan kan de weigering om iets terug te geven gezien worden als afpersing en een reden voor ontslag op staande voet.
Voor meer informatie:
Westpoint advocaten | mediators
mr M.P. Poelman, specialist arbeidsrecht
poelman@westpointadvocaten.nl